De benodigde houdkracht van een vacuümsysteem wordt bepaald door een combinatie van productgewicht, versnelling, vacuümniveau en de effectieve zuignapoppervlakte. Daarbij is het belangrijk om niet alleen naar de statische belasting te kijken, maar ook naar de dynamische krachten die ontstaan tijdens beweging.
Voor een goede eerste dimensionering kan onderstaande berekeningsmethode worden gebruikt. Deze aanpak sluit aan op de principes zoals beschreven in SMC’s Model Selection, waarin de relatie tussen vacuümniveau, zuignapoppervlak en houdkracht in een statische situatie verder wordt uitgewerkt. Voor dynamische toepassingen wordt echter altijd aangeraden om een real life test uit te voeren.
Stap 1: Bepaal de benodigde statische houdkracht
De vereiste houdkracht kan worden berekend met:
Formule
W = m * G * t
Waarbij:
- W = hefkracht (N)
- m = massa van het product
- G= Zwaartekracht
- t = veiligheidsfactor
- horizontaal tillen: t ≥ 4
- verticaal tillen: t ≥ 8
Voorbeeld
Een product weegt 10 kg, er wordt horizontal gelift waardoor de veiligheidsfactor 4 is:
F_benodigd = 10 * 9,81 * 4 ≈ 392, N
Het vacuümsysteem moet in dit geval dus minimaal circa 400 N houdkracht kunnen leveren. Aan de hand hiervan kan je uit tabellen halen welke diameter zuignap je nodig zou hebben bij een gekozen vacuum. (link naar model selection)
Deze berekening is met name geschikt voor situaties waarbij de belasting loodrecht op het productoppervlak werkt. In de praktijk zijn er echter vaak extra invloeden die het gedrag van het systeem bepalen, zoals:
- Horizontale verplaatsing en schuifkrachten
- Rotatie en momenten
- Poreuze of oneffen oppervlakken
- Lekkage en vervuiling
- Hoge dynamiek
Daarnaast is het belangrijk om niet uit te gaan van de volledige geometrische oppervlakte van de zuignap, maar van de effectieve afdichtende oppervlakte. Door factoren zoals ruwheid, vervorming en onvolledig contact ligt de werkelijke houdkracht vaak lager dan theoretisch berekend.
Hoewel er voor dynamische toepassingen uitgebreide berekeningen en richtlijnen bestaan blijft de praktijk vaak leidend. Het gedrag van een vacuümsysteem wordt beïnvloed door veel variabelen die lastig volledig te modelleren zijn.
Daarom is een real-life test vrijwel altijd de meest betrouwbare manier om te beoordelen of een oplossing voldoet. In de praktijk worden deze tests vaak uitgevoerd:
- Bij de klant op locatie, of
- In samenwerking met de leverancier
Zo kan onder realistische omstandigheden worden vastgesteld of de gekozen configuratie veilig, stabiel en reproduceerbaar functioneert.